Dus werd haar lichaam in stukken gehakt en werden

“Dus werd haar lichaam in stukken gehakt en werden de diverse lichaamsdelen in vier verschillende nabijgelegen dorpen begraven. Een been, een arm en de helft van haar onderlijf werden in de bosjes achter Beauty’s huis begraven. En dat alles uit angst dat ze weer zou kunnen langskomen. De bewoners van haar geboortedorp waren het meest ongerust, omdat daar het hoofd van Mama Mooni werd begraven, maar het was niet meer dan rechtvaardig dat haar geboortedorp, dat immers de hoofdverantwoordelijkheid had, haar hoofd zou nemen. Bovendien was er niemand, hoe sterk dan ook, die het waagde de schedel van Mama Mooni met een bijl in tweeën te hakken. Degene die dat zou hebben gedaan, zou de rest van zijn leven niet meer rustig kunnen slapen.

Het is lang geleden dat Mama Mooni werd begraven, Beauty was nog een klein kind, maar kan zich de ceremonie nog goed herinneren. Beide priesters van het naburige dorp kwamen samen met de heksendokter, ze hadden verschillende methodes, maar hetzelfde doel: Mama Mooni dwingen in het dodenrijk te blijven. Een klein hoopje stenen in de vorm van een piramide zou spokerij kunnen verhinderen en aangeven waar de heks lag begraven. Na de begrafenis werd er veel over Mama Mooni gesproken. Als er ’s nachts was van de waslijn was verdwenen, zei men dat Mama Mooni langs was geweest. Toen de derde zoon van Motele stierf, werd dat aan de verjaardag van Mama Mooni toegeschreven, hoewel eigenlijk niemand wist op welke dag ze jarig was. Als de maïsoogst goed was had Mama Mooni veel rustige nachten gehad. Stiekem controleerden de dorpelingen of de steenpiramide nog op zijn plaats lag.

Maar de tijd ging snel en voor de meeste dorpsbewoners was het verhaal over Mama Mooni alleen nog een legende waarmee ze hun ongehoorzame kinderen bang konden maken. En zelfs voor de kinderen werd de heks uiteindelijk steeds minder gevaarlijk. Spelende jongetjes maakten meisjes aan het schrikken door uit de bosjes te springen en ‘Mama Mooni’ te roepen. De meisjes schaterden het dan uit. De begraafplaats raakte begroeid. De stenen verdwenen in de aarde of werden voor iets anders gebruikt. Niemand bekommerde zich langer om het graf. Als dat mens naar boven wil komen, moet ze zich wel eerst een weg door alle wortels graven, had Beauty’s vader gegrinnikt.

Iedereen vergat Mama Mooni, behalve Beauty. In haar fantasie werd de heks achter het huis iedere nacht groter. Ze zag het in stukken gehakte lichaam door de wortels omhoog kruipen, op jacht naar haar. Als ze iets bij de bosjes zag bewegen, sloot ze zich in huis op en verstopte ze zich in een hoekje. Op moedige dagen liep ze ver het bos in waar ze de grootste stenen haalde die ze kon dragen, om ze in de vorm van een piramide op het graf te leggen of in elk geval op de plek waar ze dacht dat het graf was. Hoewel ze tien jaar was, begon Beauty ’s nachts in bed te plassen, omdat ze niet in het donker naar buiten durfde te gaan. Ze kon niet meer stoppen met huilen als jongetjes uit de bosjes sprongen en ‘Mama Mooni’ riepen, wat het voor hen alleen nog maar leuker maakte. Ze werd vaak door nachtmerries uit haar slaap gehaald en op het laatst moest haar moeder bij haar blijven als het donker werd.

De situatie werd onhoudbaar. Beauty’s moeder had nog acht kinderen, waarvan de meesten jonger dan Beauty waren. Beauty moest werken en meehelpen, ook tijdens de avonden. Bovendien moest Beauty’s moeder beschikbaar zijn voor haar werk als vroedvrouw, zelfs ‘s nachts.

Op een vroege ochtend pakte de moeder haar dochter bij de hand en begon te lopen. Tegen het middaguur rustten ze een poosje onder een acaciaboom, waar ze wat water dronken dat ze hadden meegenomen. Daarna liepen ze verder. Pas tegen de tijd dat de hemel rood begon te kleuren kwamen ze aan.

Beauty’s moeder had een afspraak gemaakt met een van de wijste mensen die ze kende, de verpleegster van de kliniek. De op blote voeten lopende vroedvrouw was al twee keer eerder in de kliniek geweest, maar nu had ze de verpleegster een bericht gestuurd waarin ze om hulp had gevraagd. Een van de oudere mannen uit het dorp, een uitzonderlijk gefortuneerde vent, die naar de kliniek ging voor zijn halfjaarlijkse dosis malariapillen, had haar bericht meegenomen:

– Mijn dochter is tien jaar en doet het heel goed op school. Ze kan voor haar familie, haar dorp en haar volk van grote waarde zijn. Maar dan moet ze ophouden in heksen te geloven. Kunt u me helpen?”