Ook dan was hummen meestal voldoende, een serieuze

“Ook dan was hummen meestal voldoende, een serieuze reactie verwachtte hij niet van zijn familie. Tijdens de tienerjaren van de meisjes ontstond er aan de ontbijttafel af en toe een hevige ruzie. Het kon dan gebeuren – hoewel dat niet zo vaak voorkwam – dat Ellen of Kristina hun vaders commentaar op de krantenartikelen in twijfel trokken. Na wat felle argumenten heen en weer kon Stig dan plotseling driftig opstaan, waarbij de houten keukenstoel van het postorderbedrijf van Ikea tegen de radiator knalde. Hij stoof dan verbeten de gang in, rukte zijn jas van de kapstok waarbij de klerenhanger op de grond viel en sloeg de deur met een klap dicht. Zijn voetstappen galmden door het trappenhuis en in de keuken werd het doodstil. Maar de zondagse lunches waren anders. Weliswaar moest Stig altijd later op de dag nog naar een vergadering, een stapel papieren doorwerken of nog even terug naar kantoor, maar de lunches waren voor hem heilig. Hij gunde zichzelf één of twee borrels, als hij daarna tenminste niet hoefde te rijden, waarbij hun moeder van zijn glaasje nipte. Soms vertelde Stig een komisch verhaal over zijn zogenaamd arme kindertijd. ‘Het enige wat we te eten kregen waren aardappelen met zout’, waarbij zijn dochters altijd in lachen uitbarstten. Het was namelijk helemaal niet waar, in Varmvattnet was altijd voldoende voedsel geweest, maar zijn streng religieuze ouders hadden hoge eisen aan hun enige zoon gesteld. Zijn wraaklust was groot. Evenals zijn kracht en zijn succes.

Thuis bij haar moeder Marianne had haar opa, die Ellen nooit had ontmoet en wiens naam zelden viel, van het geld voor haar schoolreisjes brandewijn gekocht. Maar daar werd tijdens de zondagse lunches nooit over gesproken. De verhalen over de armoede in huize Olofsson moesten vooral heroïsch zijn, het liefst doorspekt met muzikale citaten uit de Internationale: ‘Ontwaakt, verworpenen der aarde! Ontwaakt, verdoemd’ in hongers sfeer!’

Pas nu Stig er niet meer is komen bij de moeder van de meisjes de herinneringen uit de diepte naar boven. Het meest vertelt ze aan dochter Kristina, de luisteraar. Dochter Ellen, de knappe kop, hoort de verhalen uit de tweede hand als Kristina ze haar wil vertellen en Ellen zin heeft ernaar te luisteren. Dochter Maria, de problematische, krijgt niets te horen.

Maar de zondagen waren fijn. In Ellens herinnering was het altijd zonnig in de op het zuiden liggende keuken. Het tafelkleed had oranje bloemen en aan de rand van de borden zat een symmetrisch motief. Het servies was een huwelijksgeschenk geweest en was nog helemaal intact, iets waaraan Stig menigmaal memoreerde: ‘Heb ik jullie wel eens verteld dat het hele servies nog compleet is, dat er geen bordje is waar een splintertje glazuur af is?’ Ja, dat had hij al verteld. De koffiepot was van het merk Don Pedro, en was ouderwets, hoewel hij er zeer modern uitzag. De melkglazen waren van onbreekbaar duralexglas.

De rondbuikige Stig – ‘Noem me maar Stick, omdat ik zo mager ben’ – was uitermate populair bij Ellens vriendinnen, die hem erg grappig vonden. Hij praatte en lachte met ze, en was dol op woordgrapjes. Het waren weliswaar steeds dezelfde grapjes, die zijn dochters inmiddels vaak genoeg hadden gehoord, maar voor hun vriendinnen was ‘Duister? Ik ben helemaal geen Duitser!’ nieuw en veroorzaakte altijd gegiechel. Een keer toen Ellens hartsvriendin Lena op bezoek was, had Stig een duralexglas gepakt dat hij voor de grap keihard tegen de muur smeet uit protest tegen iets onrechtvaardigs. Lena werd lijkbleek, maar het glas bleef heel. Iedereen lachte en Lena lachte het hardst van allemaal. Laatst, toen Ellen haar oude vriendin op het postkantoor was tegengekomen, had Lena die herinnering weer opgerakeld. Onvergetelijk. Zoiets dols had niemand in haar familie ooit uitgehaald. Het tafelblad was van gelamineerd plastic. Wat was er met die plastic tafelbladen gebeurd? Werden die tegenwoordig voor een hoop geld op retro-veilingen verkocht? Samen met de theedoeken met tulpmotief? Of de geknoopte kleedjes? Soms loopt Ellen in de stad een tweedehands winkel in, voornamelijk uit pure nostalgie. Ze koopt er nooit iets. Ze heeft al genoeg prullaria in huis. Kristina daarentegen is dol op spullen uit haar kindertijd en verandert graag van stijl. Toen Ellen laatst op bezoek was had haar zus de tafel gedekt met een splinternieuw servies, model jaren vijftig, en zelfs een peperdure vlinderstoel op de kop getikt, waarin ze oncomfortabel wijdbeens haar telefoongesprekken voert. Maar die geknoopte kleedjes gaan zelfs haar te ver. Alleen hun moeder heeft ze nog, maar die heeft ze dan ook zelf gemaakt.”