Ellens ouders waren op jonge leeftijd getrouwd,

“Ellens ouders waren op jonge leeftijd getrouwd, maar kregen laat kinderen, dus had haar moeder ondertussen heel wat kleedjes kunnen knopen. De laatste jaren heeft Ellen zich dikwijls afgevraagd of die kinderloosheid destijds een bewuste keuze was of dat er de eerste achttien jaar gewoon geen kinderen waren gekomen. Marianne was achtendertig jaar toen Ellen werd geboren, daarna waren haar zussen gevolgd, met steeds een jaar ertussen. Het is nooit in Ellen opgekomen er eens naar te vragen, terwijl haar beroep en haar eigen ervaring van de laatste jaren haar daartoe alle recht geven. Typisch, denkt ze. Typisch wij. Ellens zuster Kristina was een periode lid van een internationale jongerenorganisatie geweest. Dat was voor Stig nauwelijks te verteren, maar zijn argumenten raakten uitgeput, iets dat zelden voorkwam. ‘Waarom zouden we een grens voor solidariteit bij Bottenviken trekken?’ vroeg Kristina. Maar rijstvelden en uitbreiding van de woestijn was voor Stig een ver-van-mijn-bed-show. Hij begreep geen snars van de debatten over globalisering. De Amerikanen hadden Europa wel mooi uit Hitlers greep bevrijd. Toch kan Ellen zich herinneren dat Kristina en Stig op nagenoeg gelijkwaardige manier met elkaar discussieerden. Niet dat alles wat werd gezegd even respectvol was, er vielen soms hardere woorden dan anders, maar toch. Stig worstelde met de problemen in de derde wereld, en als het Kristina lukte de vrijheidsstrijd in die landen te beschrijven in een terminologie waarmee Stig bekend was, zoals onderdrukking, menselijke waardigheid en zelfbeschikkingsrecht, schudde Stig zijn hoofd waarna hij opstond en in zijn papieren en vergaderstukken wegdook, maar aarzelend, zonder luidruchtig zijn stoel om te gooien.

Ellen nam zelden deel aan deze discussies. Ze was niet politiek geïnteresseerd, ook al stopte ze wel eens wat muntjes in de collectebus waarmee Kristina voor de Domus-supermarkt stond. Ellen was de stille en de ijverige. Iemand die uit zichzelf opstond om de tafel af te ruimen, op discrete wijze de onaangeroerde borrelglaasjes van haar moeder leegde, de afwasteil liet vollopen en koffie zette terwijl de discussie verderging. Het had lang geduurd voor haar betrokkenheid was begonnen te groeien. Haar moeder zei nooit iets, maar vond het fijn de hele familie bij elkaar te hebben en was blij zelf niet te hoeven afwassen. En Maria? Ellen herinnert zich niet eens waar haar zus altijd zat. Veel later, toen alle zussen het huis uit waren en de familie alleen nog met kerst of voor bijzondere verjaardagen bij elkaar kwam, kon Stig het onderwerp -de derde wereld – weer aansnijden. Hij had het bij het verkeerde eind gehad, zei hij. Het was op zich al bijzonder dat Stig Olofsson erkende dat hij het bij het verkeerde eind had gehad. Nu wist hij dat er iets moest gebeuren, ook al gebeurde het onrecht een heel eind verderop. Men moest zijn tijd niet in bibliotheken en onderzoeksruimtes verspillen.

– Dus, hoe is het meisjes, hebben jullie de laatste tijd nog iets van blijvende waarde gedaan!?

Chongwe-District, Zambia

4 februari 2004

Beauty trekt het versleten zeil opzij dat het dorpstoilet afbakent. Sinds de dood van Puni voelt ze zich niet lekker. Haar darmen zijn van slag en ze moet vaak van de steenfabriek naar de wc rennen. Ze is ongerust. Ze loopt naar haar huis, werpt een blik op haar slapende jongste kind en haalt een kam door haar korte krullen. Op weg terug naar de steenfabriek ziet ze dat twee dorpsbewoners blijven staan en iets tegen elkaar zeggen dat ze niet kan verstaan.

Niemand praat er rechtstreeks met haar over, maar de geruchten over hekserij zijn weer opgelaaid. Veel dorpsbewoners komen tegenwoordig naar het plekje vlak achter haar huis, waar ze dan even in de bosjes rommelen en vervolgens weer weglopen. Beauty weet waarom. Op die plek is ooit Mama Mooni begraven, een vrouw die in een naburig dorp tot heks was verklaard. Of liever gezegd – daar ligt een deel van Mama Mooni begraven. Ze was namelijk zo sterk dat geen enkel dorp het hele lichaam durfde te begraven uit angst voor haar energie. Ze geloofden dat haar hele wezen anders in haar geboortedorp zou blijven rondspoken en daar alles zou kunnen vernielen en vernietigen.”